Plons!
Klef, klam en lauw. Die woorden horen bij deze vroege ochtend. Fietsend met manlief door de polder raakt de zon de wolken, het grasland en onze gezichten zacht aan met haar geel-witte stralen. Ik zweet na een kilometer op de pedalen. Te veel kleren aan. Het is ongewoon warm voor de tijd van het jaar. Op de drempel van de herfst, flikt de zomer nog een kunstje. Niet Indian en kleurrijk. Dat zou nog iets herkenbaars hebben opgeleverd. Het is on-Hollands exotisch. De boventoon mag dan nog twintig tonen groen zijn, de ondertoon ruikt inmiddels sterk naar zwarte paddenstoel en natte hond. Verwarrend. Net zo verwarrend als een duik nemen in de Loosdrechtse Plassen op de woensdagochtend. Terwijl we dat normaliter op de vrijdag doen. Avontuur bestaat nog, ook in onze routine. Trouwens, weet jij nog wat normaal is? Als we na de plons weer thuis zijn, trek ik mijn rode zomertenue aan, stap ik in mijn met talkpoeder bestrooide gympen en ga met de vertraagde trein op weg naar het museum. Ook geen normale routine. En niet waar ook nog…