Raar is leuk
Niet altijd dacht ik dat hoor: raar is leuk. Ooit, in de tijd van zandbakken en schoolpleinen, wilde ik opgaan in de rest. Niet opvallen. Gewoon doen wat anderen deden. Dat lukte aardig. Al blijven rode haren een reden voor aandacht. Terwijl ik me vaak met mezelf bezighield, moest ik voor anderen weer eens op groen springen. Blijkbaar leerde ik mede daardoor ‘what doesn’t kill you makes you stronger’. Uiteindelijk is schouderophalen een tweede natuur geworden. Het schelden deed wel pijn, maar het brak me niet. Toen ik vervolgens even niet oplette, nam ik een pad dat leidde naar anders. Rechtstreeks het (studenten-)leven van Groningen, en later van Utrecht in. Daarna naar Londen, Den Haag en Delft. Uiteindelijk uitmondend in een beetje raar. Tenminste als ik nu terugkom in Veendam. In de contreien van ooit en toen, zie ik mezelf als een beetje raar. En dat vond en vind ik uiteindelijk fijn! Het past als een jas. Hardop knikkend las ik wat Joost Oomen schreef over dit soort raar:
“In Sneek is vooral plek voor sport en Apfelkorn. Dat was toen zo, dat is ben ik bang nu ook nog zo. En veel van de mensen waarmee ik op de middelbare school zat, hadden geen enkel probleem met dat loeistrakke keurslijf. Die hebben hun Apfelkorn (en Boswandeling en Coebergh Bessen) gedronken, zijn toen misschien snel iets wezen studeren in Leeuwarden, maar bleven in Sneek wonen, kregen kinderen, kochten een huis en gingen dat verbouwen, doen nu iets voor een vereniging, zijn gelukkig. Ze hebben vrienden die op hen lijken, ouders die op hen leken en in de coulissen staat alweer een nieuwe generatie klaar die precies hetzelfde zal gaan doen. Ze bedoelen het niet zo, ze zeggen het ook niet letterlijk, maar in hun massaliteit dwingen ze toch echt een zekere navolging af. Doe je het niet als hun, dan ben je raar, en raar zijn mag wel, maar als je raar wilt zijn, moet je tegen het gevoel kunnen dat je raar bent. Dat is niet alleen in Sneek het geval, maar ook in Medemblik, Sittard, Veghel, Doetinchem, Delfzijl.” (*)
En in Veendam dus. Lekker hoor. Nu ik alweer langer in Breukelen woon dan waar dan ook ter wereld, krab ik me soms op mijn hoofd. Daar wonen rare plannen die ik graag ten uitvoer breng. Omdat ze bij mij passen. Ik vergeet blijkbaar nog wel eens dat je dan wel iets moet doen. Onbewust een pad nemen. Intuïtief kiezen. Je grijze haren rood verven…