Steden vereisen stalen zenuwen (*)
Als kind verloor ik me in Mexico-stad
Ondernam een speurtocht op papier
zo eenvoudig weggaan was dat
Ik ontdekte de tover, de gekte, het plezier
van miljoenensteden
Strakke straten die plotsklaps afbuigen
In een vouw of de hoek van de kaart
Om uiteengeklapt bijeen te komen in
een nerveuze wijk of hysterisch stadsdeel
(of buurt, district, rayon; synoniemen die me steeds wegleiden van het geheel)
Lanen die zich groter wanen
dan snel- en uitvalswegen
De flat die trots torent en boven ander woongenot is uitgestegen,
hoogover gebogen schaduwen werpend over warrige naamloze grond,
vergeten
Onbebouwd verrommeld en sprekend van verval direct naast de riviermond
Toen hokjes nog geen appartementen heten
Stille steegjes die verlegen wegkruipen in het hart van de bebouwing
Dichtgeslibte levensaderen, kransen van vernauwing
Zonder geur en kleur, zonder lawaai en ronkend verkeer
was het nog te doen
Maar toen Caracas op de proppen kwam met van alles veel te veel
en vooral mensen (in 1990 of zoiets?)
wist ik het weer
Ik moet hier niet zijn
Ben niet gemaakt voor deze chaos
Word gek als iedereen behalve ik weet waarheen
wegen leiden
Word ik ibbelig en raak overprikkeld van mijn haarwortels tot aan de kuiten
Kan alleen nog op de rand van een zenuwinzinking anderen vermijden
Onderwijl mompelend: laat me, alleen
laat mij hierbuiten, laat mij hierbuiten.
(*) vrij naar Bob den Uyl – Het reizen vereist stalen zenuwen