Wie schrijft die blijft
If I must die. Met dat gedicht van Refaat Alareer begin ik. Daarna doe ik iets van Dubrodochter. Ik eindig met een korte uitsmijter. Nog in de pen. Ik kauw op iets over Stad en Ommeland. Hier gebeurt het. Hier ben ik. Hier is het.
Wat ik aan het doen ben? De line ups aan het samenstellen voor twee poëzie-optredens voor de komende nationale Poëzieweek. Eentje in het poēziecafé in Maarssen op 29 januari en de andere op de 31e in dezelfde week bij Doornburgh, ook in Maarssen. (Wees welkom!)
Het valt nog niet mee om uit de berg van gedichten een juiste keuze te maken. Vind ik. Ondertussen flitst het Groninger landschap voorbij. Ik zit in de trein vanuit Groningen naar Veendam voor een dagje ouders. Dat ik me zo vroeg bevind in deze streek, heb ik te danken aan mijn zus en haar werktijden. Ben meegelift vanuit Paterswolde in de vroege ochtend na een bezoekje aan haar. Heb haar werkplek even van dichtbij bekeken, rondleiding gehad en kopje koffie gedronken. En nu de trein dus. Door naar ouders in Veendam. En tijd om te tikken. Ik heb me voorgenomen vaker wat beslommeringen aan het papier toe te vertrouwen. Schrijven denkt lekker van me af. (Als je leest wat ik bedoel).
Collega Wouter Sorgdrager is al tijden een voorbeeld hierin. En nadat ik gisteren gewerkt had met Olga Leever, een andere tekstnet-collega, heb ik me nog meer voorgenomen om de pen vaker uit eigen belang in te zetten. Zo kregen Olga en ik ook een idee voor een gezamenlijk schrijven. Over ouders en zo (rg). We zitten allebei in die fase. Goed om van je af te schrijven? Want we weten, wie schrijft, die blijft niet hangen. In de tijd, in z’n ervaringen en belevenissen. Gewoon beginnen maar!